Cuba heeft nu te maken met een bijna volledige uitval van elektriciteit nadat Trump een olieblokkade aan het eiland heeft opgelegd. Het doel is duidelijk: het Amerikaans imperialisme ziet een kans om eindelijk de Cubaanse Revolutie te verpletteren na 67 jaar van eindeloze aanvallen. Het is de plicht van de wereldwijde arbeidersbeweging om zich te scharen achter de verdediging van de Cubaanse Revolutie.
De militaire aanval van de VS op Venezuela op 3 januari sneed Cuba af van één van zijn belangrijkste energieleveranciers. De verkoop van Venezolaanse olie aan het Caribische eiland was al verminderd over het laatste decennium vanwege de financiële crisis in Venezuela. Nu zijn ze helemaal gestopt, omdat de VS de aanvoer van Venezolaanse olie en de commercialisering ervan geheel in eigen handen heeft.
Daarna, op 29 januari, vaardigde Trump een schandalig presidentieel decreet uit, wat Cuba beschrijft als een “ongebruikelijke en buitengewone dreiging” voor de Amerikaanse nationale veiligheid, en dreigde hij om strafheffingen aan landen op te leggen die olie aan het eiland verkopen. Het hoofddoel van dit overduidelijke imperialistische gepest was Mexico, dat al een paar dagen eerder een verzending van olie naar Cuba door staatsbedrijf Pemex annuleerde. Na de economische instorting van Venezuela was Mexico Cuba’s hoofdleverancier van olie geworden.
De laatste olielevering van Mexico voor Cuba bereikte het eiland op 9 januari. Het land is afhankelijk van import van olie voor ongeveer 60 tot 70 procent van zijn energiebehoeften; de rest komt van Cubaanse olie en andere energiebronnen, zoals zonnepanelen. Dit betekent dat het land, afgesneden van een vitale levensader, langzaam tot volledige stilstand komt, met de mogelijkheid van een grootschalige humanitaire crisis.
Humanitaire Crisis
De Cubaanse overheid heeft noodmaatregelen moeten nemen om prioriteit te geven aan essentiële diensten en het verminderen van verbruik. Staatsbedrijven zijn overgegaan op een vierdaagse werkweek, waarbij wordt thuisgewerkt indien mogelijk. Er zijn grote bezuinigingen geweest op openbaar vervoer, waaronder een vermindering van interstedelijke bussen, treinen en veerboten.
Grote culturele evenementen zijn geannuleerd, waaronder de Havana Internationale Boekenbeurs en de Sigarenbeurs. De brandstofverkoop is beperkt en vindt alleen plaats met Amerikaanse dollars. Schooluren zijn ingekort en universiteiten zijn overgestapt naar online lessen.
Stroomuitvallen duren nu weleens 16 uur lang in sommige provincies. Dit beïnvloedt ook de mogelijkheid voor Cubanen om te koken, eten vers te houden in koelkasten, gebruik te maken van ventilatoren of het licht aan te houden in hun huizen, werkplekken of scholen. Geplande chirurgische ingrepen en niet-noodzakelijke medische consultaties zijn uitgesteld. Patiënten die dialyse nodig hebben zijn nu gedwongen om fulltime in te wonen bij medische klinieken, omdat de staat de machines niet kan vervoeren.
In sommige gevallen leidde het elektriciteitstekort tot een afsluiting van watervoorzieningen. Het wordt steeds moeilijker om eten te vervoeren van producenten naar de markten in de stad, en geïmporteerde producten kunnen niet vanuit de haven vervoerd worden naar de distributeurs.
De verkoop van vliegtuigbrandstof is stilgelegd. Als gevolg hiervan hebben alle drie de Canadese luchtvaartmaatschappijen die naar het eiland toe vliegen hun diensten stopgezet en zullen ze zich volledig focussen op het repatriëren van Canadese toeristen die nog op het eiland zitten. Spaanse luchtvaartmaatschappijen hebben aangekondigd dat ze in de Dominicaanse Republiek zullen tanken. Russische luchtvaartmaatschappijen hebben ook vluchten geannuleerd en kondigden de repatriatie van Russische toeristen aan. Brandstoftekorten hebben natuurlijk een zware impact op het toerisme, wat een van de hoofdbronnen van inkomsten is van het land.
Wat wil Trump?
Trump trekt de strop om de nek van Cuba strakker aan tot het punt van stikken. Op 30 januari berekende de Financial Times dat Cuba genoeg olie had voor nog maar 15 tot 20 dagen. Toen er om een reactie gevraagd werd over de waarschuwing van Mexicaanse President Sheinbaum dat de olieblokkade zou leiden tot een humanitaire crisis, reageerde Trump op een onbezonnen manier: “Misschien zal het zo zijn, misschien ook niet. Ik denk dat ze wel willen praten voordat het een humanitaire crisis wordt, ze zullen wel een deal willen maken.” Trump heeft ook verklaard dat Cuba “al aan het praten is” met de VS, hoewel Cubaanse ambtenaren hebben ontkend dat er enige formele onderhandelingen plaatsvinden. Natuurlijk, als iemand je wurgt en je geeft al je waardevolle spullen op zodat hij loslaat, kan dat amper een ‘deal’ genoemd worden. Maar wat eist de man in het Witte Huis van Cuba?
Het is duidelijk dat een invalshoek van Trumps meest recente aanval op Cuba is uitgewerkt in het Nationale Veiligheidsstrategie-document van de VS, dat tot doel stelt om Amerika’s tegenstanders van het halfrond te verwijderen. Het presidentieel decreet van 29 januari benoemt specifiek een Russisch inlichtingengebouw op het eiland. Washington wil Cuba onder de volledige dominantie van het Amerikaans imperialisme hebben en het eiland afsnijden van economische, politieke en militaire banden met Rusland en China.
In zijn recente verklaringen over Cuba benoemde Trump dat er veel Cubaanse Amerikanen in de VS zijn die “erg slecht behandeld” werden. Dit verwijst naar de Helms-Burton Act, die gaat over de individuen en bedrijven van wie het eigendom werd onteigend door de revolutie, een langdurig excuus van het Amerikaans imperialisme om Cuba aan te vallen.
Overduidelijk speelt de Miami gusano-maffia een grote rol in de Amerikaanse politiek (zowel bij de Democraten als de Republikeinen). Zij worden grotendeels vertegenwoordigd binnen de Trump-regering door Marco Rubio zelf. In werkelijkheid is wat we nu zien een voortzetting, op veel grotere schaal, van de decennialange blokkade van Cuba die door het Amerikaans imperialisme is opgelegd, die geformaliseerd werd door President Kennedy op 3 februari 1962. Om met een ‘rechtvaardiging’ voor de blokkade te komen, schreef plaatsvervangend staatssecretaris Mallory in 1960 dat de Cubaanse revolutie zo populair was dat “de enige voorzienbare manier om de interne steun teniet te doen, is door onvrede en teleurstelling als gevolg van economische ontevredenheid en ontbering.” Om dat te bereiken, bepleitte hij “een handelswijze die… de grootste impact heeft door Cuba geld en goederen te ontzeggen, de monetaire en reële lonen te verlagen, om honger, wanhoop en de omverwerping van de regering tot stand te brengen.” (onze nadruk).
De strategie is duidelijk: honger en wanhoop zaaien om sociale onrust te veroorzaken, die moet leiden tot de omverwerping van de regering, of de Cubaanse regering moet dwingen om de revolutie weg te onderhandelen.
Zal er een ‘Delcy Rodríguez van Havana’ zijn?
De kapitalistische media over heel de wereld spelen de rol die zij horen te spelen door allerlei soorten geruchten te verspreiden. Het rechts-reactionaire ABC in Madrid beweerde dat er al contact op hoog niveau tussen Cuba en de VS plaatsvond in Mexico, via Alejandro Castro Espín, die een rol speelde in de geheime onderhandelingen die leidde tot Obama’s hervatting van diplomatie met Cuba in 2014.
De liberale krant El País, ook in Madrid, is druk op zoek naar een persoon in de Cubaanse overheid die “de Delcy Rodríguez van Havana” kan zijn op het eiland. Dat wil zeggen, iemand met wie de VS “zaken kan doen”. Ze richtte zich op Óscar Pérez-Oliva Fraga, de achterneef van Fidel en Raúl Castro: “Volgens meerdere analisten kan hij dezelfde rol spelen in Cuba als Delcy Rodríguez in Venezuela. Hij is een technocraat die de kwalificaties heeft om president te worden van Cuba in het geval van onderhandelingen met Washington.” Het blijkt niet duidelijk te zijn voor de liberalen in El País dat de VS absoluut geen recht heeft om te beslissen wie de president van Cuba is, en dat Delcy Rodríguez alleen de waarnemende president werd na een brute militaire inval van Washington waarbij het staatshoofd van het land werd gekidnapt!
De officiële positie van de Cubaanse overheid is dat ze open staan voor dialoog met de VS, zolang deze plaatsvindt zonder enige “druk of randvoorwaarden”, op “voet van gelijkheid”, met volledig respect voor de Cubaanse soevereiniteit en zonder “inmenging in interne zaken”. Dat is duidelijk niet wat Washington wil. Zij eisen onderwerping, en zijn bereid om het koste wat kost te verkrijgen via een totale olieblokkade, ongeacht de impact op het leven van het Cubaanse volk. De implicatie is dat het Amerikaans imperialisme bereid is om directe militaire agressie te gebruiken als ze geen onderwerping krijgen via deze middelen. Amerikaanse schepen zwerven rond Cuba’s noordelijke kust, en er vliegen al elektronische spionagevliegtuigen rond de Caribische eilanden.
In de loop van de huidige escalatie van het militaire gepest, hebben Amerikaanse woordvoerders, inclusief Rubio en Trump, gezegd dat zij willen dat Cuba zijn economie “opent” en “economische hervormingen” uitvoert die Amerikaanse bedrijven toestaan te investeren in sectoren zoals het toerisme, het bankwezen en de telecommunicatie. Met “openen” bedoelen ze niet simpelweg het toestaan van Amerikaanse investeringen. Als Amerikaanse bedrijven niet in Cuba investeren – zoals bedrijven van Europa, Canada en andere landen dat doen – dan is dat vanwege de decennia oude Amerikaanse blokkade!
Wat ze werkelijk bedoelen met ‘hervormingen’ en ‘het openen van de economie’ is niets meer dan het ontmantelen van de planeconomie waar de verworvenheden van de revolutie op zijn gebaseerd.
Cuba in de steek gelaten door zijn burgerlijke ‘bondgenoten’
Met zo’n immense dreiging voor zich, moet de vraag beantwoord worden: hoe kan de Cubaanse revolutie verdedigd worden?
Vanuit een institutioneel oogpunt is Cuba nog nooit zo geïsoleerd geweest als nu. Een redactioneel in de linkse revolutionaire Cubaanse publicatie La Tizza beschreef de situatie als volgt:
“Wanneer bijna alle ‘niet-gebonden’ overheden, of die met ‘progressieve’ retoriek, de andere kant op kijken; wanneer de blokken van zogenaamde integratie, allianties, fora, gezamenlijke commissies en congressen praktische en materiële inzet aan Cuba vermijden, en op zijn best een verklaring van hun ontzetting en machteloosheid bieden.”
Dit is een exacte omschrijving van de huidige toestand van de Cubaanse revolutie. De Venezolaanse regering van Delcy Rodríguez is, ondanks de protesten van soevereiniteit, in een positie van half-koloniale onderwerping aan Washington. Dit is duidelijk te zien in het feit dat de olielevering aan Cuba volledig is stilgelegd, wat maar liefst 34 procent van de energie-import van het eiland vormde. Caracas heeft niet eens erkend dat zij hun levering stop hebben gezet en hebben nog geen openbare verklaring gegeven.
In Mexico heeft de regering van Claudia Sheinbaum voldaan aan Trumps instructies en dreigementen, door de levering van olie aan Cuba af te kappen, wat nog eens 44 procent van zijn ruwe olie-import vormde. Haar regering heeft humanitaire hulp (vooral voedsel) gestuurd, maar heeft publiekelijk verklaard dat zij niet “Mexico’s belangen kunnen riskeren” door het voortzetten van olieleveringen.
Momenteel is olie precies wat Cuba bovenal nodig heeft. Voedsel is zeker erg welkom, maar voedsel kan niet vervoerd worden zonder brandstof, en kan niet bewaard worden zonder elektriciteit. Met betrekking tot dit cruciale probleem is Sheinbaum niet bereid om Mexico’s soevereine recht om te handelen met een ander soeverein land te verdedigen. De limieten van het burgerlijk nationalisme zijn wreed ontmaskerd.
Andere Latijns-Amerikaanse landen spraken woorden van steun uit en bekritiseerden publiekelijk Trumps olieblokkade, maar geen van hen heeft enige concrete stappen gezet om die blokkade te breken. China en Rusland hebben ook hun protest geuit, maar tot nu toe zijn dit alleen nog maar woorden. De veelgeprezen multipolaire wereld, die zogenaamd moest leiden tot betere omstandigheden voor de soevereiniteit van kleinere landen, heeft aangetoond niets meer te zijn dan lege retoriek wanneer ze geconfronteerd wordt met de macht van het Amerikaanse Zuidelijke Commando, die haar troepen heeft verzameld in het Caribisch gebied.
Volgens een rapport in Izvestia hebben bronnen binnen de Russische ambassade in Havana verteld dat, “In de nabije toekomst wordt verwacht dat Rusland olie en olieproducten zal leveren aan Cuba als humanitaire hulp”.
Rusland is al onderworpen aan draconische sancties van de VS, waardoor Trumps dreigement van strafheffingen minder impact zal hebben, maar de vraag is dan wel hoe de olie vervoerd zal worden, in een tijd waarin de Russische vloot onder Amerikaanse sancties valt en waarin Russische tankers in beslag worden genomen in het Caribisch gebied, de Indische Oceaan, de Noord-Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee.
Zoals La Tizza het uitlegt:
“China en Rusland uiten hun ondersteuning en afkeur door retoriek, maar geen van beide heeft enige bereidheid getoond om haar lot te delen met het Cubaanse volk tegenover directe agressie. Symbolische steun, strategische berekeningen, en een eiland dat gedwongen wordt om de zorgvuldig uitgelokte escalatie van oorlog bijna alleen te confronteren. We verwachten niets van de buitenlandse machten. Zoals Antonio Maceo zei: ‘Het is beter om zonder hulp te winnen of te verliezen dan dankbaarheidsschulden op te bouwen jegens zulke machtige buren.’ We hebben al lang geleden geleerd dat op beslissende momenten Cuba alleen kan rekenen op zijn eigen volk.”
Alleen de arbeiders van de wereld kunnen Cuba redden!
Op wie anders kan de Cubaanse Revolutie rekenen voor hulp in deze crisis? Het redactioneel van La Tizza wijst in de goede richting: “Volkeren van de wereld – sta op met Cuba!”, verkondigt de kop. “Tot wie anders zouden we ons moeten wenden dan tot de volkeren, om deze imperialistische belegering te confronteren die steeds intenser wordt naarmate Cuba zich meer alleen en achtergelaten voelt?”
Ze doen een juist beroep op de bevolking van de Verenigde Staten:
“Vastbesloten om het plan te dwarsbomen om Cuba in het Gaza van het Caribisch gebied te veranderen, richten we ons allereerst tot jullie, het volk van de Verenigde Staten, in al jullie oneindige diversiteit. Tot elke burger die niet langer de autoritaire waanzin die het Witte Huis regeert kan verdragen. Tot jou, die belegerd wordt door de talloze problemen van een samenleving die ver van ‘opnieuw groot’ is. Wij richten ons tot jou, die zich elke oorlog herinnert waarin de rijken rijker werden en de armen armer, en waarin het enige dat terug naar huis keerde – als er überhaupt iets terugkeerde – het levenloze lichaam was van jouw kinderen. Oorlogen die niet van jou waren, waartoe werd besloten in kantoren, die werden uitgevochten door jonge mensen die, om de kost te verdienen, gedwongen werden anderen te vernietigen.”
Er zit immens veel waarheid in deze woorden. Het lot van de Cubaanse Revolutie zal in laatste instantie besloten worden in de arena van de internationale klassenstrijd. Het is de moeite waard om erop te wijzen dat de huidige situatie een bevestiging is dat je geen socialisme kan bouwen in één land, en al helemaal niet in een klein Caribisch eiland dat 200 kilometer van de krachtigste imperialistische macht in de wereld ligt. In een tijdsbestek van bijna drie decennia na 1959, kon de Cubaanse Revolutie nog rekenen op een zeer voordelige economische band met de Sovjet-Unie. Die band kwam wel met een reeks politieke concessies die leidde tot ernstige verstoringen in de Cubaanse economie. Maar toch bood het de revolutie een ademruimte.
Toen de Sovjet-Unie uiteenviel vanwege zijn eigen bureaucratische stalinistische vervormingen, stond de Cubaanse Revolutie er alleen voor in de uiterst zware omstandigheden van de Speciale Periode. Het uitbreken van de Venezolaanse revolutie bood het eiland een nieuwe reddingslijn, zowel op economisch als politiek vlak. Toen de Venezolaanse Revolutie uiteindelijk in crisis belandde als gevolg van het falen om de heersende klasse te onteigenen, raakte Cuba nogmaals geïsoleerd. De druk richting de kapitalistische restauratie nam toe.
Deze twee voorbeelden onderstrepen het feit dat een revolutie die het kapitalisme afschaft niet op lange termijn in isolatie kan overleven.
Nu kan Cuba nogmaals alleen rekenen op haar eigen volk, maar ook op de volkeren van de wereld; dat wil zeggen, de werkende klasse, de arme boeren en de revolutionaire jeugd van de wereld. Dit is geen abstract stijlfiguur, maar een concrete kwestie.
Het enige wat de Mexicaanse regering kan forceren om haar onderwerping aan de imperialistische dictaten van zijn machtige noorderbuur te breken, is een massale beweging van het Mexicaanse volk, zijn vakbonden en massaorganisaties, zijn jeugd, en zijn boeren. Ditzelfde geldt voor Colombia en Brazilië, twee olieproducerende landen met regeringen die zijn verkozen door de arbeiders en de armen. De machtige Federatie van Oliewerkers in Brazilië heeft geëist dat de Lula-regering olie moet sturen naar Cuba. De Braziliaanse sectie van de RCI heeft een campagne gelanceerd met dezelfde slogan.
Trump heeft natuurlijk gedreigd met strafheffingen op welk land dan ook dat olie aan Cuba verkoopt, maar als landen zoals Mexico, Colombia, en Brazilië zulke dreigingen trotseren, en als ze dat deden op de rug van een krachtige massabeweging tegen het imperialisme, dan zou dat het Amerikaanse imperialisme in een moeilijke positie brengen. Zo’n beweging zou een weerspiegeling van zichzelf binnen de VS kunnen zien onder de tienduizenden jongeren die zich hebben gemobiliseerd tegen de genocide in Gaza, onder de miljoenen die de brute ICE-invallen tegen migranten bestrijden, onder de miljoenen werkers die voor Trump hebben gestemd toen hij had beloofd een einde te maken aan ‘eeuwige oorlogen’ en buitenlandse militaire avonturen en alleen maar zijn teleurgesteld.
Het alternatief voor zo een krachtige mobilisatie van de werkende klassen over het continent en de hele wereld daarbuiten, is de vernietiging van de Cubaanse Revolutie en al haar verworvenheden.
We spreken niet alleen over de materiële verworvenheden, met name op het gebied van huisvesting, onderwijs en gezondheidszorg – die nu ernstig ondermijnd zijn door decennia van blokkade, door de isolatie van de revolutie en door de binnenkruipende kapitalistische contrahervormingen. We spreken ook over nationale soevereiniteit, de onafhankelijkheid van het land van imperialistische overheersing.
De kameraden van La Tizza stellen verder: “De revolutie moest socialistisch zijn om een revolutie van nationale bevrijding te zijn.” De enige manier waarop Cuba zichzelf kon bevrijden van de Verenigde Staten, was door de onteigening van de kapitalisten en grootgrondbezitters. De restauratie van het kapitalisme in Cuba zou betekenen dat het eiland weer terugvalt tot een halve kolonie van de VS, net zoals het was voor 1959.
Om deze reden voegen we onze stemmen bij die van onze Cubaanse kameraden: laten we opstaan als arbeidersbewegingen wereldwijd, samen opstaan voor de Cubaanse Revolutie!



