6 oktober – de derde actiedag van de scholierenprotesten die Frankrijk sinds het begin van het schooljaar op zijn kop hebben gezet – vormde opnieuw een escalatie van de beweging. Overal waren de demonstraties enorm. Volgens de organisatoren, scholieren- en studentenorganisaties, liepen alleen al in Parijs 100.000 mensen mee; landelijk waren dat er in totaal 450.000.
De demonstraties waren levendig, enorm jeugdig en bestonden voornamelijk uit middelbare scholieren. Zij kwamen in snel bewegende groepen vanuit iedere school en buurt, uitgerust met honderden zelfgemaakte kartonnen protestborden.
Op 5 oktober waren in het hele land al 2.000 middelbare scholen – meer dan de helft van het totaal – geblokkeerd. Op 6 oktober sloot ook ongeveer 90 procent van de universiteiten in het land zich bij de beweging aan, na massale algemene vergaderingen die door honderden en soms zelfs door duizenden studenten werden bijgewoond.
Brute repressie
Vanaf het begin wordt deze beweging geconfronteerd met brute repressie door de politie. Sinds de beweging op 28 september begon, zijn ongeveer 6.500 mensen gearresteerd of door de politie staande gehouden. Tegen ongeveer 1.800 van hen loopt een strafrechtelijke vervolging – vooral minderjarigen.
Beelden van het politiegeweld zijn op grote schaal verspreid. Zij hebben de woede verder aangewakkerd en geleid tot veel sympathie én afschuw. Gisteren werd bij een vijftienjarige in Lens een hand afgeblazen door een schokgranaat van de politie. De politie beweert dat hij de granaat van de grond had opgeraapt, maar ooggetuigen blijven stellen dat de jongen rechtstreeks door de granaat werd geraakt.
Aan het einde van een massademonstratie in Rennes schopte de Franse ME een jonge scholiere hard. In Noisy-le-Grand werd een tiener op de trappen van zijn middelbare school aangevallen door de ME, nadat traangas rechtstreeks in zijn gezicht was gespoten. Daardoor kreeg hij stuiptrekkingen en raakte hij buiten bewustzijn. Twee agenten sleepten hem de trap af; uiteindelijk moest hij per ambulance worden afgevoerd. Eén scholier heeft een oog verloren. Een andere verloor meerdere tanden door de rechtstreekse inslag van een politiegranaat.
De ME heeft geen enkel middel geschuwd in haar optreden tegen demonstrerende tieners. Schokgranaten, traangas, aanvallen te paard; in Parijs werden zelfs schilden met verblindende stroboscooplichten ingezet. Aan de universiteit Sorbonne Nouvelle drong de ME het gebouw binnen om een algemene vergadering van honderden studenten en medewerkers uiteen te drijven.
Generationele opstand
In plaats van de beweging, zoals beoogd, af te schrikken, heeft de repressie de woede onder jongeren verder aangewakkerd en hun brede solidariteit opgeleverd. Uit een opiniepeiling van vorige week bleek dat 62 procent van de bevolking de scholierenbeweging gerechtvaardigd vond.
De afgelopen dagen hebben militante vakbondsleden in het hele land zich gemobiliseerd om de beweging te beschermen, en hebben zij scholieren fysiek verdedigd tegen politieaanvallen.
Hoewel er op 6 oktober geen algemene stakingsbeweging was, namen vakbondsactivisten in aanzienlijke mate deel aan de demonstraties. Er waren delegaties uit belangrijke arbeidsplaatsen aanwezig, naast een brede stakingsbeweging onder docenten in het voortgezet onderwijs.
Wat begon als een beweging waarin verschillende bronnen van onvrede samenkwamen – lerarentekorten, slechte voorzieningen, gebrek aan budget, lange studiedagen, het ondoorzichtige toelatingssysteem voor universiteiten, enzovoort – is nu uitgegroeid tot een volwaardige generationele opstand.
De revolutie van Generatie Z is definitief in Frankrijk aangekomen. Scholieren droegen spandoeken met de tekst: “Generatie 6-7 doet mei ’68 opnieuw.” Op de universiteit Rennes 2 hebben stakende studenten de leus “Leve de Commune” – een verwijzing naar de Parijse Commune – op een van de hoofdgebouwen geschilderd.
Een belangrijke factor in deze beweging is de afwijzing van de radicaalrechtse Rassemblement National (RN) van Le Pen en Bardella, en van hun racistische en xenofobe politiek. De leus ‘la jeunesse emmerde le RN’ – ‘de jeugd zegt: fuck de RN’ – is opnieuw in gebruik genomen.
Die leus leeft sterk, aangezien de beweging begon op de meer vervallen middelbare scholen in de banlieues: de verarmde arbeiderswijken aan de rand van de steden, waar een groot deel van de scholieren van Arabische of zwarte afkomst is.
Ook opvallend en betekenisvol is dat veel jonge vrouwen deelnemen aan de beweging en een leidende rol hebben gespeeld bij de demonstraties en blokkades van middelbare scholen.
Enorme druk
Zoals bij iedere massabeweging in Frankrijk is Le Pens RN overvallen door de gebeurtenissen. Hoewel de partij zich presenteert als anti-establishment, bevindt zij zich nu samen met de regering aan de kant die zich verzet tegen een zeer populaire beweging.
Ondertussen heeft La France Insoumise (LFI) van Mélenchon zich volledig achter de beweging geschaard. De partij heeft al haar gekozen vertegenwoordigers opgedragen naar de middelbare scholen te gaan en de scholieren te helpen beschermen tegen politierepressie. Bally Bagayoko, de LFI-burgemeester van Saint-Denis, is binnen de beweging een zeer populaire figuur geworden.
De uiterst impopulaire regering-Lecornu komt steeds meer onder druk te staan. De repressie heeft de beweging niet kunnen breken, en de regering vreest nu dat deze zal samenvallen met de bredere arbeidersbeweging. Verschillende sectoren staken al of hebben stakingen gepland, waaronder ambtenaren, zorgmedewerkers en werknemers in de energie- en chemische sector. Ook is opgeroepen tot een nieuwe gelehesjesbeweging op 17 oktober.
Voorlopig heeft de minister van Onderwijs besloten alle onderwijsactiviteiten op middelbare scholen in het hele land tot maandag op te schorten. In plaats daarvan heeft hij opgeroepen tot een ‘democratische pauze’, waarin scholieren de geblokkeerde scholen weer openen, naar binnen gaan en ‘hun bezorgdheden bespreken’.
De scholieren hebben echter geantwoord dat zij al weten wat hun klachten en strijdpunten zijn: zij eisen dat er actie wordt ondernomen om deze aan te pakken en zullen hun lycées niet deblokkeren. De organisaties van scholieren en studenten hebben opgeroepen tot een nieuwe landelijke actiedag op donderdag 8 oktober.
Macron belegde aan het einde van 6 oktober een spoedoverleg over de crisis, met de premier, de minister van Binnenlandse Zaken en de minister van Onderwijs. De premier zal het land op woensdag 7 oktober toespreken. De minister van Binnenlandse Zaken heeft de politie verboden schokgranaten te gebruiken.
De regering en Macron zelf bevinden zich in een dilemma. De repressie heeft de beweging alleen maar verder aangewakkerd, maar er is weinig ruimte voor concessies, omdat de eisen van de scholieren voornamelijk betrekking hebben op begrotingskwesties.
Crisis van het Franse kapitalisme
De scholierenbeweging, die zich mogelijk kan uitbreiden tot een volwaardige sociale opstand waarbij de georganiseerde arbeidersklasse betrokken raakt, is een uitdrukking van de diepe crisis van het Franse kapitalisme.
In essentie houdt de crisis van het kapitalisme in dat de heersende klasse ingrijpende bezuinigingen op sociale uitgaven eist. De staatsschuld bedraagt inmiddels 119% van het bbp en de jaarlijkse kosten voor de rentelasten op die schuld – momenteel €70 miljard, oftewel 3% van het bbp – zullen naar verwachting volgend jaar stijgen tot meer dan €90 miljard. Dit bedrag is aanzienlijk hoger dan de nationale begrotingen voor onderwijs (€65 miljard) en zelfs voor defensie (€63 miljard). Het begrotingstekort bedraagt 5,4% van het bbp.
Het doorvoeren van zelfs maar een deel van de bezuinigingen die de heersende klasse verlangt, maakt iedere regering uiterst impopulair. Daarom zijn het politieke midden en alle gevestigde partijen zo snel ingestort. Anti-establishmentformaties zijn daardoor in opmars: op rechts de RN en op links LFI.
Opmerkelijk genoeg hield de RN van Le Pen een persconferentie om haar economische programma toe te lichten. Daar presenteerde de partij zich als de partij van ‘begrotingsverantwoordelijkheid’. Zij beloofde het tekort terug te dringen en een ‘grondwettelijke gouden regel’ in te voeren om toekomstige tekorten wettelijk te begrenzen. De RN beloofde het tekort uiterlijk in 2030 door een programma van €140 miljard aan ‘besparingen’ terug te brengen tot onder de 3% van het bbp.
Naarmate reactionaire demagogen dichter bij de macht komen, voelen zij de noodzaak de kapitalisten gerust te stellen dat zij in betrouwbare handen zijn. Om hun kiezers tevreden te stellen, beloven zij deze bezuinigingen echter door te voeren zonder op onderwijs of pensioenen te korten – iets wat overduidelijk onmogelijk is.
Als de regering-Lecornu ondertussen – omdat de repressie averechts heeft gewerkt – concessies doet aan de scholieren, zullen ‘de markten’ haar afstraffen. Daarmee worden kapitalistische beleggers bedoeld die staatsobligaties kopen. Zij zouden de regering niet serieus nemen in haar streven het tekort te verminderen. Maar als de regering geen concessies doet, kan de beweging zich uitbreiden, verbreden en uitgroeien tot een niet te stuiten kracht die de regering terzijde schuift.
De Financial Times publiceerde een alarmistisch artikel onder de kop ‘Frankrijk tussen de obligatiemarkt en de barricaden’, waarin werd gesteld:
“Frankrijk zit klem tussen demonstranten op straat, die meer overheidsmiddelen eisen, en ‘obligatievigilantes’ op de financiële markten, die vermeende begrotingsonverantwoordelijkheid afstraffen door te speculeren tegen de Franse staatsschuld.
De spanningen lopen op nu de strijd rond de begroting zich verdiept en het land zich voorbereidt op presidentsverkiezingen in april, die kunnen uitmonden in een confrontatie tussen radicaalrechts en radicaallinks. Beleggers vrezen dat het land in een volledige schuldencrisis kan belanden, die niet alleen de Franse economie ontwrichten maar ook de eurozone aan het wankelen zou kunnen brengen.”
Ook de New York Times luidde de alarmbel:
“‘De positie van Frankrijk lijkt onhoudbaar en de obligatiemarkten geven dat aan, maar ze schreeuwen het nog niet uit’, aldus Kenneth Rogoff, hoogleraar economie aan Harvard en deskundige op het gebied van financiële crises. ‘Het is een treinramp in slow motion.’”
Dezelfde krant citeerde een analist van politieke risico’s, die de situatie als volgt omschreef:
“‘Het gaat niet alleen om een schuldencrisis of een crisis op de obligatiemarkt’, vervolgde Rahman. ‘De beleggers met wie ik spreek maken zich zorgen over een existentiële politieke en constitutionele crisis. Al deze problemen komen samen op een manier die bijzonder ongunstig is voor wie de presidentsverkiezingen ook wint.’”
Deze situatie is niet uniek voor Frankrijk. Vergelijkbare omstandigheden bestaan in grote Europese economieën als Italië, Spanje en Groot-Brittannië. Ook de crisis van het kapitalisme in Duitsland is zeer diep, al is de staatsschuld daar – voorlopig – nog niet zo buitensporig.
Vergelijkbare omstandigheden leiden doorgaans tot vergelijkbare uitkomsten. Heel Europa is een kruitvat, klaar voor een sociale explosie.



